Rechtspleging - Strafzaken
1. De tweede kamer van het Hof beoordeelt de cassatieberoepen in strafzaken. Dat zijn de cassatieberoepen die gericht zijn tegen, de arresten van de hoven van assisen, de arresten van de kamers van inbeschuldigingstelling, de arresten van de hoven van beroep (correctionele kamers), de vonnissen in hoger beroep van de correctionele rechtbanken, de vonnissen van de strafuitvoeringsrechtbanken.
2. Behoudens de uitzonderingen die de wet op beperkende wijze opsomt, is cassatieberoep alleen mogelijk tegen de eindbeslissingen die in laatste aanleg uitspraak doen over de strafvordering en eventueel over de bijhorende burgerlijke rechtsvordering.
3. De termijn waarbinnen het cassatieberoep moet worden ingesteld, is in de regel 15 dagen na de uitspraak van de bestreden beslissing. In bepaalde gevallen is die termijn aanzienlijk korter, bvb. bij voorlopige hechtenis is die termijn slechts 24 uren. De verklaring gebeurt in beginsel op de griffie van het gerecht dat het bedoelde vonnis of arrest heeft gewezen. De gedetineerden kunnen ook cassatieberoep instellen in de gevangenis.
4. De procedure is schriftelijk. De eiser mag zijn cassatiemiddelen uiteenzetten in een geschrift dat hij wel tijdig moet neerleggen. Hij kan dit doen door een verzoekschrift neer te leggen op de griffie van het gerecht dat de beslissing heeft gewezen. De termijn bedraagt dan de 15 dagen vanaf het cassatieberoep. het Hof van Cassatie moet neerleggen. Hij kan ook een memorie neerleggen op de griffie van het Hof van Cassatie. De termijn bedraagt dan in de regel 2 maanden na de inschrijving op de algemene rol. Indien de zaak binnen die twee maanden wordt vastgesteld, moet de neerlegging ten minste 8 dagen voor de rechtszitting geschieden.
5. Behoudens in bepaalde gevallen (zoals internering) is de bijstand van een advocaat niet verplicht. De formulering van een cassatiemiddel is echter een technisch juridische zaak. In strafzaken zijn er voor de redactie van de middelen geen voorgeschreven vormen of sacramentele termen. Nochtans moeten de aangevoerde middelen duidelijk en structureel uiteengezet zijn. Dit veronderstelt dat ze een voldoende duidelijke vermelding bevatten zowel van de geschonden rechtsregel als van de redenen waarom die regel zou zijn geschonden..
6. Ook al moet de eiser geen cassatiemiddelen aanvoeren, toch blijft dit aan tev raden. Het Hof van Cassatie motiveert wel zijn arresten, maar het zal alleen de redenen van verwerping verduidelijken als er cassatiemiddelen zijn aangevoerd.
7. De verweerder kan de aangevoerde cassatiemiddelen weerleggen. Er is geen termijn bepaald voor de neerlegging van een antwoordmemorie.
8. Als het cassatieberoep ontvankelijk is onderzoekt het Hof altijd ambtshalve de regelmatigheid van de de bestreden beslissing. Dat ambtshalve toezicht is wel beperkt tot de beslissing op de strafvordering.
9. De partijen worden opgeroepen voor de rechtzitting van het Hof. Ze moeten echter niet aanwezig zijn.
10. Op de rechtszitting geeft de raadsheer-verslaggever een zeer korte samenvatting van de procedure. Daarop concludeert de advocaat-generaal. De partijen kunnen daarna eventueel mondeling hun casstiemiddelen toelichten..
11. Het Hof van Cassatie doet meestal uitspraak op de dag waarop het de zaak in beraad neemt.