Rechtspleging - Prejudiciële vragen over mededingingsrecht [1]

1. Het Hof van Cassatie heeft de bevoegdheid zich uit te spreken over vragen met betrekking tot de interpretatie van de gecoördineerde wet van 15 september 2006 tot bescherming van de economische mededinging. Het Hof kan de wet uitleggen, maar niet oordelen over het al dan niet geoorloofd karakter van restrictieve mededingingspraktijken.

2. Het doel van de prejudiciële vraagstelling is de uniforme toepassing van de bij de wet beschermde mededingingsregels te verzekeren.  De prejudiciële vraag laat toe eventuele onduidelijkheden in de wet snel te verduidelijken. Het antwoord van het Hof is bindend voor de rechter of de Raad voor de Mededinging die de vraag heeft gesteld. Voor andere hoven en rechtbanken heeft de uitleg van het Hof van Cassatie enkel een moreel gezag.
 
3. Een gerecht en de Raad voor de Mededinging kunnen het Hof van Cassatie een prejudiciële vraag voorleggen van zodra zij vaststellen dat de oplossing van een geschil afhangt van de interpretatie van de wet tot bescherming van de economische mededinging.Het is echter wenselijk dat de prejudiciële vraag wordt gesteld wanneer de procedure zover is gevorderd dat het feitelijke en rechtskader van het probleem duidelijk zijn afgebakend.
 
4. De prejudiciële vraag kan worden gesteld in elke stand van het geding, ook voor het eerst in hoger beroep.
 
5. De beslissing zo een prejudiciële vraag te stellen, schorst de termijnen en de procedure voor het gerecht die de vraag stelt, vanaf de dag waarop de beslissing werd genomen, tot de dag waarop het gerecht waarbij de zaak aanhangig is gemaakt het antwoord van het Hof van Cassatie ontvangt. Tegen de beslissing van de rechter een prejudiciële vraag te stellen of een dergelijke vraag niet te stellen kan geen enkel rechtsmiddel worden aangewend.
 
6. Het Hof van Cassatie zal met voorrang boven alle andere zaken een antwoord geven op de vraag tot uitlegging. Het Hof streeft naar een uitspraak binnen vijf maanden na de kennisgeving van de prejudiciële vraag. 
 
7. Buiten de kosten voor het verkrijgen van een afschrift van het cassatieproceduredossier, is de prejudiciële procedure voor het Hof van Cassatie kosteloos. 

 



[1] Voor een grondige bespreking van de in de gecoördineerde wet van 15 september 2006 tot bescherming van de economische mededinging bepaalde prejudiciële vragen aan het Hof van Cassatie, zie het jaarverslag 2007 van het Hof van Cassatie.