(K.B. 20 oktober 1970, gewijzigd bij K.B. 2 juni 1977, K.B. 16 februari 2000 en K.B. 5 augustus 2007)
Art. 1
Het Hof van Cassatie is verdeeld in drie kamers. Elke kamer omvat twee afdelingen, waarvan de ene in het bijzonder belast is met de kennisneming van de Nederlandstalige procedures, en de andere van de Franstalige.
Art. 2
Elke kamer bestaat uit ten minste twaalf raadsheren, de voorzitters van de afdelingen inbegrepen.
Art. 3
De eerste kamer houdt zitting op donderdag en vrijdag;
De tweede kamer houdt zitting op dinsdag en woensdag;
De derde kamer houdt zitting op maandag.
Art. 4
Wanneer de behoeften van de dienst zulks vergen, stelt de eerste voorzitter of de voorzitter buitengewone zittingen vast, onder meer voor zaken die in voltallige vergadering dienen te worden behandeld.
Art. 5
De gewone zittingen vangen aan om 9.30 uur;
de zittingen in de namiddag vangen aan om 14.30uur.
Art. 6
Binnen de maand voor de gerechtelijke vakantie stelt het Hof een vakantiekamer samen en stelt daarvoor de dagen van zittingen vast.